← Terug naar nieuws

Elektriciteitsfactuur in België: waarom die hoog blijft ondanks dalende prijzen

Sinds de piek van het najaar 2022 is de retailprijs van elektriciteit in België teruggevallen van ongeveer 0,45–0,60 €/kWh naar een vork van 0,28–0,35 €/kWh (Selectra, bijgewerkt in mei 2026). In 2025 raakten elektriciteit en gas zelfs hun laagste niveau in vier jaar (Mega, april 2026). En op 1 augustus 2026 volgt de accijns op elektriciteit: van 50,33 naar 46 €/MWh, met een dalend traject tot 2029 (RTBF, juni 2026).

Drie goede berichten. En toch beweegt de factuur nauwelijks.

Dat is geen illusie en geen anomalie: het is rekenkunde. De energieprijs weegt slechts ongeveer 40 % van uw elektriciteitsfactuur — de CREG schrijft het met zoveel woorden (CREG, april 2026). De overige 60 % bestaat uit gereguleerde nettarieven, taksen, accijnzen en btw, en die volgen een logica die niets met de energiemarkt te maken heeft. Sommige ervan stijgen in 2026 precies wanneer de energieprijs zakt.

Dit artikel ontleedt de vier blokken van uw factuur in euro’s, niet alleen in percentages: wat elk blok betaalt, wie het vastlegt, hoe het in 2026 evolueert in de drie gewesten, en welke u nog kunt beïnvloeden. We eindigen met de vraag die veel lezers van deze blog zich stellen: op welke van die blokken werkt energiedelen echt in?

Uw factuur is geen energiefactuur: vier blokken, waarvan er één een prijs is

De CREG onderscheidt vier componenten in de prijs die een consument betaalt: de energie, de netkosten, de taksen en heffingen, en de btw (CREG). Slechts één daarvan is een marktprijs, vrij vastgelegd en te onderhandelen. De drie andere zijn gereguleerde of bij wet bepaalde bedragen, identiek ongeacht uw leverancier.

Zo ziet dat uit voor een typisch residentieel gezin dat 3.500 kWh per jaar verbruikt, op basis van de aandelen die de CREG publiceert in haar maandelijkse dashboard van juni 2026 (Belgisch gemiddelde, enkelvoudig profiel, all-in prijs van 36,94 c€/kWh). De kolom in euro’s is een berekening: de CREG publiceert de aandelen en de prijs per kWh, niet dit jaarbedrag.

Blok Aandeel ≈ €/jaar voor 3.500 kWh Wie legt het vast Hebt u greep?
Energie 38,5 % ≈ 498 € uw leverancier, in concurrentie Ja — vergelijken, veranderen, delen
Netkosten (transmissie + distributie) 29,7 % ≈ 384 € de netbeheerder, tarieven goedgekeurd door de gewestelijke regulator Onrechtstreeks — tariefformule en pieken
Taksen, accijnzen en toeslagen 26,1 % ≈ 337 € de federale overheid en de gewesten Enkel op het volume, niet op de tarieven
Btw (6 %) 5,7 % ≈ 74 € de federale overheid Nee — die volgt al de rest
Totaal 100 % ≈ 1.293 €    

Die grootteordes sluiten aan bij wat vergelijkers vaststellen: een jaarfactuur die doorgaans tussen 1.000 € en 1.800 € ligt naargelang gewest en leverancier (I am Beezy, mei 2026), en een gemiddelde factuur van om en bij 1.200 € voor 3.500 kWh (Test-Aankoop, februari 2026).

Drie onmiddellijke gevolgen, en zij verklaren het grootste deel van het onbehagen:

  • Een daling van de energie wordt met factor tweeënhalf gedempt. Zakt de prijs van de commodity met 20 %, dan zakt uw factuur maar met ongeveer 8 %. Op 1.293 € is dat een honderdtal euro — merkbaar, maar ver van wat krantenkoppen suggereren.
  • De btw versterkt de stijgingen van de andere blokken. Aan 6 % komt die bovenop de energie, het net en de meeste toeslagen. Elke verhoging van het nettarief wordt onderweg dus nog met 6 % opgetrokken. Twee opmerkelijke uitzonderingen: de Waalse aansluitingsvergoeding en de Vlaamse bijdrage aan het energiefonds zijn vrijgesteld (CREG).
  • Het gewicht van het net verschilt sterk per plaats. In Wallonië klimt het naar 32,7 % van de factuur, tegenover 24,6 % in Brussel (CREG, juni 2026, uitgewerkt in onze gids „Prijs van elektriciteit in een energiegemeenschap”). Dezelfde ingreep levert dus niet hetzelfde resultaat van het ene gewest tot het andere.

De netkosten stijgen wanneer uw kWh dalen

Dit is het meest tegenintuïtieve mechanisme van de Belgische factuur, en het meest structurele. Een netbeheerder verkoopt geen elektriciteit: hij exploiteert infrastructuur met grotendeels vaste kosten, en de regulator kent hem een toegelaten inkomen toe voor de tariefperiode. Dat inkomen wordt vervolgens verdeeld over de kWh die effectief worden afgenomen.

Wanneer het gefactureerde verbruik daalt — omdat gezinnen zonnepanelen plaatsen, isoleren of gewoon beter verbruiken — wordt hetzelfde inkomen over minder kWh gespreid. Het eenheidstarief stijgt. Voeg daar de netversterking bij die nodig is voor „de nieuwe vormen van energieverbruik (fotovoltaïsche panelen, warmtepompen, enz.)” (Renouvelle, januari 2025), de uitrol van digitale meters en de stijgende transmissiekosten die aan Elia worden betaald, en u krijgt een opwaarts traject dat de dalende energieprijs niet compenseert.

Dit is de stand van zaken voor 2026, gewest per gewest.

  Wallonië (ORES, RESA, AIEG, AIESH) Brussel (Sibelga) Vlaanderen (Fluvius)
Evolutie 2026 van de distributienettarieven +4 tot 8 % voor een gemiddelde tweevoudige afnemer ≈ +6 % ≈ −4 %
Geschat jaareffect 305 tot 387 € distributiekosten +25 € −20 €, voor ≈ 463 € in totaal
Term gekoppeld aan vermogen basisterm op 0 €/kW voor de eerste 12,7 kW aansluitvermogen 47,24 €/jaar (≤ 13 kVA), 94,48 €/jaar (> 13 kVA) — +14 % capaciteitstarief op de gemiddelde maandpiek, ondergrens 2,5 kW
Nieuw in 2026 nieuwe uurblokken voor het tweevoudig tarief + optioneel Impact-tarief

Bronnen: Engie (februari 2026) voor de evoluties per gewest; Inforgazelec (januari 2026) voor de Brusselse tarieven — 5,72 c€/kWh in piekuren en 3,43 c€/kWh in dalstonden, transmissie Elia aan 2,144 c€/kWh; Vlaamse Nutsregulator voor de Vlaamse 463 €/jaar (3.500 kWh, gemiddelde maandpiek van 4,26 kW, btw inbegrepen); de Waalse tarieven 2026-2029 werden op 26 juni 2025 goedgekeurd door de CWaPE.

Let vooral op de derde kolom. In Vlaanderen dalen de distributienettarieven voor elektriciteit in 2026. Het idee dat netkosten overal en altijd stijgen is onjuist: ze volgen verschillende gewestelijke tariefperiodes, investeringsprogramma’s en volumes. Wat wél waar is: ze zijn nergens te onderhandelen — van leverancier veranderen verandert er niets aan, want die bedragen worden door de regulator vastgelegd en gewoon doorgerekend op uw factuur.

Voor de lange trend: in Brussel werd de elektriciteitsdistributie aangekondigd met een stijging van 11,6 % in 2025, daarna 5,1 % in 2026 en 4,3 % in 2027, met een transmissietarief dat 60 % hoger gaat (Renouvelle, januari 2025). Het gaat om opeenvolgende trappen, niet om één geïsoleerde piek.

Het capaciteitstarief: de post die niet meer van uw kWh afhangt

Eén stille verschuiving verdient het apart te worden gezet, want ze verandert de aard van de factuur zelf: een groeiend deel van de netkosten wordt niet langer op het verbruikte volume berekend, maar op het gevraagde vermogen.

Vlaanderen is het verst gegaan. Het capaciteitstarief vertrekt van de hoogste kwartierpiek van de maand, en iedereen betaalt minstens een bijdrage die overeenstemt met een piek van 2,5 kW, ook als de werkelijke piek lager ligt (Fluvius). Brussel factureert een term gekoppeld aan het aansluitvermogen — 47,24 € per jaar tot 13 kVA, het dubbele daarboven — en dat 14 % hoger in 2026. Wallonië laat de eerste 12,7 kW aansluitvermogen voorlopig op 0 €/kW in het raster 2026-2029, waardoor de post voor de grote meerderheid van de residentiële aansluitingen wegvalt.

Het praktische gevolg is een omkering van de gebruikelijke spaarlogica. Minder verbruiken blijft volledig zinvol voor het energieblok en voor de accijnzen, die proportioneel zijn met de kWh. Maar voor het capaciteitstarief komt het erop aan vlakker te verbruiken: niet gelijktijdig de elektrische wagen, de wasmachine, de oven en de warmtepomp laten draaien. Klassieke energiezuinigheid en het afvlakken van pieken zijn twee verschillende hefbomen, en ze werken niet op dezelfde lijnen van de factuur.

Eén bijzonder geval voor prosumenten: in Vlaanderen krijgen houders van een terugdraaiende teller een bijkomend, maandelijks aangerekend capaciteitstarief. Ook hier wordt de post niet onderhandeld — hij wordt beheerd.

In Wallonië herschikt 2026 de dalstonden

Dit is de enige plek in de factuur waar een Waals gezin in 2026 met een becijferbaar effect kan ingrijpen, en ze is grotendeels onopgemerkt gebleven.

Eerst en vooral veranderen de uurblokken van het tweevoudig tarief. Ze worden elke dag identiek, weekend inbegrepen: dalstonden van 1u tot 7u en van 11u tot 17u, piekuren van 7u tot 11u en van 22u tot 1u. Daardoor wordt 62,5 % van de uren van de week een dalstond, tegenover 55 % voordien (Test-Aankoop, november 2025). Het venster midden op de dag — precies wanneer de Belgische fotovoltaïsche productie het hoogst is — schuift naar de dalstonden.

Daarnaast komt er een nieuw, optioneel Impact-tarief, voorbehouden aan digitale meters met geactiveerde communicatie. Het voert drie uurblokken in, en het verschil daartussen is aanzienlijk. Dit zijn de proportionele termen uit het ORES-raster 2026:

Blok Uurvenster Proportionele term
ECO 1u – 7u en 11u – 17u 2,71 c€/kWh
MEDIUM 7u – 11u en 22u – 1u 8,13 c€/kWh ≈ ×3
PIC 17u – 22u 13,54 c€/kWh ≈ ×5

Een verhouding van 1 op 5 tussen de kWh ‘s nachts en de kWh in de vroege avond: dat is een prijssignaal van een omvang die de Belgische factuur nooit eerder heeft gedragen. Voor een elektrische boiler van 1.800 kWh per jaar becijfert Test-Aankoop het verschil, alle kosten inbegrepen (energie, taksen, 6 % btw): 603 € bij enkelvoudig tarief, 520 € bij tweevoudig in dalstonden, 479 € in ECO-uren. Dat is ongeveer 120 € per jaar op één enkel toestel, louter door te verschuiven wanneer het werkt.

Drie waarschuwingen vooraleer u overstapt:

  • Er verandert niets automatisch. Uw huidige formule blijft in 2026 gelden als u niets doet, en de overstap naar het Impact-tarief is omkeerbaar.
  • De winst veronderstelt echte flexibiliteit. Een gezin waarvan het verbruik zich tussen 17u en 22u concentreert — het PIC-venster — zou meer betalen. Het Impact-tarief belont het verschuiven, niet de goede bedoeling.
  • Een digitale meter is noodzakelijk, met geactiveerde communicatie.

Dat is ook de bedoeling van de tariefhervorming die de CWaPE sinds haar methodologie 2025-2029 doorvoert: in het tarief zichtbaar maken wat een verbruikspiek werkelijk kost.

Taksen en accijnzen: de daling is echt, en ze is minuscuul

Het derde blok — ongeveer een kwart van de factuur — is het meest ondoorzichtige, en 2026 brengt er de meest besproken wijziging van het jaar.

Vandaag bedraagt de accijns op elektriciteit 50,33 €/MWh, wat neerkomt op ongeveer 166 € per jaar voor een gezin van 3.500 kWh, op een gemiddelde factuur van 1.200 € (Test-Aankoop, februari 2026). De programmawet die de Kamer op 29 mei 2026 goedkeurde, organiseert een verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar fossiele brandstoffen: op 1 augustus 2026 zakt de accijns op elektriciteit naar 46 €/MWh en blijft die dalen tot 2029, terwijl de accijnzen op gas en stookolie stijgen (RTBF, juni 2026). Dezelfde hervorming schaft de energiebijdrage af (Inforgazelec, juni 2026).

Een punt van eerlijkheid: de gepubliceerde trajecten stemmen niet overeen van bron tot bron voor de bedragen jaar per jaar, afhankelijk van of ze de totale accijns betreffen of alleen de bijzondere accijns nadat de energiebijdrage erin is opgenomen. We vermelden hier dus enkel de trap van augustus 2026 en de richting van de daling. Voor een bedrag waarop u zich kunt beroepen, verwijzen we naar de tarieven die de FOD Financiën publiceert.

Wat wél vaststaat, is de grootteorde voor een gezin: ongeveer 40 € besparing per jaar tegen 2029, en tot 110 € voor een gezin met een warmtepomp en een elektrische wagen — maar 40 tot 80 € meer per jaar op gas vanaf 2026 (Engie, februari 2026). Econoom Philippe Defeyt vat het onomwonden samen: bedragen zo klein dat ze „verloren gaan in de andere schommelingen” (RTBF, juni 2026). Zet dat naast de 25 € stijging van de Brusselse netkosten of de 4 tot 8 % in Wallonië, en de rekening is snel gemaakt.

Tot slot twee spooklijnen die u moet kunnen herkennen:

  • De federale bijdrage bestaat niet meer. Afgeschaft op 31 december 2021 en opgenomen in de bijzondere accijns (CREG). Ze duikt nog op in tal van factuurmodellen en simulatoren die in omloop zijn.
  • De energiebijdrage verdwijnt in augustus 2026. Staat ze nog op een latere factuur, stel dan de vraag.

De rest van het blok hangt af van uw gewest: aansluitingsvergoeding in Wallonië, bijdrage aan het energiefonds in Vlaanderen, toeslag voor openbaredienstopdrachten in Brussel, en daarbovenop betaalt iedereen de steun voor groenestroomcertificaten en warmtekrachtkoppeling en de openbaredienstverplichtingen van de netbeheerder (CREG). Geen van die bedragen valt te onderhandelen.

De marge van de leverancier: het enige blok dat te onderhandelen valt, en het minst transparante

Dan blijft het energieblok over — waar uw geld zowel de aankoop van de commodity, de structuurkosten van uw leverancier als zijn marge betaalt.

Laten we duidelijk zijn: er bestaat geen publiek margecijfer per leverancier. De CREG vraagt elke maand aan alle actieve leveranciers om de vaste kost, de coëfficiënten, de marge en de indexeringsparameters van hun formules door te geven, maar zij publiceert marktgemiddelden, niet de marge van elke speler. Niemand kan dus op zijn factuur lezen hoeveel zijn leverancier verdient — en wees op uw hoede voor elk artikel dat het tegendeel beweert.

Wat wél observeerbaar is, volstaat ruimschoots om te handelen:

  • Het verschil tussen aanbiedingen. Voor een typisch gezin van 3.500 kWh kan het verschil tussen het goedkoopste en het duurste aanbod „meer dan 200 € per jaar” bedragen, met jaarfacturen die volgens de leverancier van ongeveer 1.000 € tot 1.350 € lopen (I am Beezy, mei 2026). Het is de enige hefboom van de factuur met onmiddellijk effect, zonder werken en zonder gewoonteverandering.
  • De risicopremie van vaste contracten. In april 2026 sprong de energiecomponent van vaste contracten in één maand 16,40 % hoger, en het verschil in risicopremie tussen vaste en variabele producten liep op tot 50 % voor elektriciteit (CREG, april 2026). Een vast contract koopt voorspelbaarheid, en die voorspelbaarheid heeft een uitdrukkelijke prijs.

Vandaar drie formules en drie manieren om het risico te verdelen. Het vaste contract beschermt u tegen volatiliteit en laat u die bescherming betalen. Het variabele indexeert de prijs op marktparameters: gemiddeld goedkoper, meer blootgesteld. De dynamische tarifering, gekoppeld aan de uurprijzen van de markt, trekt de logica door — ze kan zeer voordelig zijn voor wie zijn verbruik echt verschuift, en duur voor de anderen. Ze combineert vanzelf met de nieuwe Waalse uurblokken: dezelfde uren zijn dalstonden aan de netzijde en vaak goedkoop aan de marktzijde.

De conclusie is wat ondankbaar, maar ze houdt steek: jaarlijks uw contract vergelijken levert meer op dan de meeste bespaartips, omdat het de enige plaats is waar uw beslissing over een echt onderhandelbare prijs gaat.

Wat energiedelen verandert — en wat niet

Zo komen we bij de vraag die de lezers van deze blog bezighoudt. Als energie maar 40 % van de factuur is, wat kan energiedelen dan werkelijk?

Energiedelen werkt op het energieblok — precies datgene waarop leveranciers concurreren — en vrijwel alleen daarop. De CWaPE laat geen ruimte voor interpretatie: omdat de elektriciteit over het net loopt, zijn alle netkosten (transmissie en distributie), samen met de bijbehorende taksen en toeslagen, verschuldigd op gedeelde elektriciteit, en „er bestaat geen tariefverlaging voor het delen binnen een energiegemeenschap” (CWaPE). Gedeelde elektronen reizen over het openbare net: energiedelen verandert wie u de energie verkoopt, niet waarlangs ze passeert.

De uitzondering hangt af van nabijheid, niet van statuut. Sinds 1 januari 2025 geldt een verlaging van 80 % op de proportionele termen van het nettarief voor het delen binnen hetzelfde gebouw — een configuratie die geen rechtspersoon vereist, enkel een overeenkomst die aan de netbeheerder wordt gemeld (CWaPE). Delen tussen verschillende gebouwen, peer-to-peer of in gemeenschap, is uitdrukkelijk uitgesloten (Renouvelle). Brussel is ruimer en gradueert het voordeel volgens de nabijheid van de deelnemers; Vlaanderen kent geen enkele verlaging toe. Met andere woorden: een appartementsgebouw met een zonnedak zit in de beste positie van Belgiëcollectief zelfverbruik op gebouwniveau, en het nettarief speelt daarop in.

En één post die vrijwel geen enkele simulatie voorziet: uw leverancier mag kosten aanrekenen voor uw deelname aan het delen. Niets verbiedt dat, en de vastgestelde bedragen lopen op tot ongeveer 150 € per jaar en per leveringspunt. Op kleine gedeelde volumes vagen die kosten de winst weg — het was voor Test-Aankoop de reden om energiedelen in Wallonië en Vlaanderen niet langer aan te bevelen (beoordeling van mei 2024, opnieuw te controleren vóór elke beslissing).

Wat koopt energiedelen dan werkelijk? Een lagere en vooral stabielere prijs op een deel van het energieblok, zonder van leverancier te veranderen of panelen te plaatsen. De spaarmechanismen, met cijfers, staan in „Hoe een energiegemeenschap uw elektriciteitsfactuur verlaagt”; hoe u de interne prijs vastlegt, in „Prijs van elektriciteit in een energiegemeenschap”; en de keuze tussen individueel zelfverbruik, collectief zelfverbruik en een energiegemeenschap, in „Zelfverbruik van energie in België”. Zit u nog bij de volumes eerder dan bij de euro’s, dan legt ons referentieartikel „Verdeelsleutel in België: Wallonië, Brussel, Vlaanderen” uit hoe wordt bepaald welk deel van de lokale productie u toekomt.

Wat u moet onthouden

Uw factuur is niet gedaald omdat slechts een derde tot twee vijfde van het bedrag een marktprijs weerspiegelt. De rest is gereguleerd, bij wet bepaald of berekend — en in 2026 stijgt een deel van die rest sneller dan de energie daalt.

In afnemende orde van doeltreffendheid, dit is waarop u greep hebt:

  1. Vergelijk uw leveringscontract. Meer dan 200 € per jaar verschil tussen het beste en het slechtste aanbod, onmiddellijk effect, geen investering.
  2. Controleer uw tariefformule voor het net en uw pieken. In Wallonië kunnen de nieuwe uurblokken en het Impact-tarief een honderdtal euro per jaar waard zijn op één grote verplaatsbare verbruiker. In Vlaanderen werkt het afvlakken van de maandpiek rechtstreeks op het capaciteitstarief.
  3. Verschuif vóór u vermindert, en verminder daarna ook. Het volume speelt op de energie en de accijnzen; de vorm van de curve speelt op het net.
  4. Overweeg energiedelen — met een effect op het energieblok, en op het net alleen als uw delen binnen hetzelfde gebouw gebeurt. En neem de mogelijke kosten van uw leverancier van meet af aan mee in de simulatie.

Wat u niet mag verwachten: dat de daling van de groothandelsprijzen of van de accijnzen duidelijk leesbaar wordt op uw jaarafrekening. Ze zit er wel in — verdund in een geheel waarvan ze slechts een fractie vormt.

Beheer uw energiedelen met OptimCE

Opensourceplatform ontworpen voor Belgische energiegemeenschappen: leden, meters, verdeelsleutels en deeloperaties op één plek — tot en met het genereren van facturen, creditnota’s en afrekeningen in pdf op basis van uw officiële verdeeldata.

Start op app.optimce.be →

FAQ

Waarom daalt mijn elektriciteitsfactuur niet terwijl de energieprijzen zijn gezakt?

Omdat de energieprijs slechts ongeveer 40 % van uw factuur vertegenwoordigt. De CREG stelt het expliciet: de energiecomponent maakt ongeveer 40 % van de totale elektriciteitsfactuur uit. De overige 60 % bestaat uit gereguleerde nettarieven, taksen, accijnzen en btw. Een daling van 20 % op de energie haalt dus maar ongeveer 8 % van de factuur af — en als de nettarieven in hetzelfde jaar met 6 tot 8 % stijgen, zoals in 2026 in Wallonië en Brussel, wordt de winst opgeslorpt.

Welk aandeel van mijn elektriciteitsfactuur is de energie zelf?

Ongeveer 38 tot 40 % voor een typisch residentieel gezin. Volgens het maandelijkse dashboard van de CREG voor juni 2026 (profiel 3.500 kWh per jaar, enkelvoudig tarief) bedraagt de Belgische gemiddelde verdeling 38,5 % energie, 29,7 % nettarieven, 26,1 % taksen, accijnzen en toeslagen, en 5,7 % btw, op een all-in prijs van 36,94 c€/kWh. Het aandeel van het net verschilt sterk per gewest: 32,7 % in Wallonië tegenover 24,6 % in Brussel.

Stijgen de nettarieven in België in 2026?

In twee van de drie gewesten. In Wallonië wordt de stijging van de distributiekosten geschat op 4 tot 8 % voor een gemiddelde tweevoudige afnemer, of ongeveer 305 tot 387 € per jaar. In Brussel gaat het om ongeveer 6 %, of 25 € meer per jaar, met een capaciteitsterm bij Sibelga die 14 % hoger gaat. In Vlaanderen dalen de distributienettarieven voor elektriciteit daarentegen met ongeveer 4 %, een twintigtal euro minder per jaar. Nettarieven zijn dus geen eenrichtingsverkeer.

Dalen de accijnzen op elektriciteit in 2026?

Ja. De programmawet die de Kamer op 29 mei 2026 goedkeurde, verlaagt de accijns op elektriciteit van 50,33 €/MWh naar 46 €/MWh op 1 augustus 2026, met een dalend traject tot 2029, en schaft de energiebijdrage af. Maar de grootteorde is bescheiden: ongeveer 40 € besparing per jaar voor een standaardgezin tegen 2029, tot 110 € met een warmtepomp en een elektrische wagen. Tegelijk stijgen de accijnzen op gas en stookolie.

Hoe weet ik of ik te veel betaal voor mijn elektriciteit?

Vergelijk uw contract. Het is het enige echt concurrentiële blok van de factuur, en het verschil tussen het goedkoopste en het duurste aanbod loopt op tot meer dan 200 € per jaar voor een typisch gezin van 3.500 kWh. Controleer daarna uw tariefformule voor het net — enkelvoudig, tweevoudig of incentiverende tarifering — en het moment waarop u verbruikt, want in Wallonië veranderen de nieuwe uurblokken van 2026 en het Impact-tarief de rekening voor grote verplaatsbare verbruikers.

Verlaagt energiedelen de nettarieven en de taksen?

Als algemene regel niet. De CWaPE is expliciet: alle netkosten, samen met de taksen en toeslagen die daarop betrekking hebben, blijven verschuldigd op gedeelde elektriciteit, en „er bestaat geen tariefverlaging voor het delen binnen een energiegemeenschap”. Energiedelen werkt op het energieblok, precies datgene waarop leveranciers met elkaar concurreren. De uitzondering hangt af van nabijheid, niet van statuut: in Wallonië geldt een verlaging van 80 % op de proportionele termen van het nettarief voor het delen binnen hetzelfde gebouw; in Brussel is de regeling gradueel volgens de nabijheid van de deelnemers.

Bronnen