← Terug naar nieuws

Energiegemeenschappen in Europa: RED II en IEMD

Energiegemeenschappen zijn geen informeel idee: het zijn juridische objecten die het Europese recht definieert. Twee richtlijnen regelen ze, ze zeggen niet hetzelfde, en ze verwarren is duur op het moment dat u een structuur moet kiezen.

De eerste is richtlijn (EU) 2018/2001, bekend als RED II, die de hernieuwbare-energiegemeenschap (HEG) creëert. De tweede is richtlijn (EU) 2019/944 over de interne elektriciteitsmarkt — vaak afgekort tot IEMD of EMD — die de burgerenergiegemeenschap (BEG) creëert. De ene gaat over hernieuwbare energie en nabijheid, de andere over elektriciteit en openheid. Al de rest volgt daaruit.

Vergelijking van de drie statuten van energiegemeenschappen — HEG, BEG en LEG — met hun vereisten inzake nabijheid en omvang.

Twee richtlijnen, twee juridische objecten

De hernieuwbare-energiegemeenschap (RED II)

RED II definieert de HEG in artikel 2 en verplicht de lidstaten in artikel 22 om een gunstig kader op te zetten. De tekst is expliciet over het recht op deelname: lidstaten moeten waarborgen dat eindafnemers, en in het bijzonder huishoudens, kunnen toetreden tot een hernieuwbare-energiegemeenschap zonder hun rechten als eindafnemer te verliezen, en zonder onterechte of discriminerende voorwaarden of procedures (EUR-Lex).

Drie kenmerken typeren de HEG:

  • ze betreft uitsluitend hernieuwbare energie — elektriciteit, maar ook warmte;
  • haar leden of aandeelhouders moeten zich in de nabijheid bevinden van de productie-installaties die de gemeenschap bezit;
  • haar primaire doel is ecologische, economische of sociale voordelen te leveren aan haar leden of aan het gebied, eerder dan financiële winst.

Een privéonderneming mag deelnemen, op voorwaarde dat dit niet haar voornaamste commerciële of beroepsactiviteit is. Een zonnepaneleninstallateur kan een HEG dus niet tot voertuig van zijn eigen handel maken.

De burgerenergiegemeenschap (interne-marktrichtlijn)

Richtlijn 2019/944 definieert de BEG in artikel 2 en kadert ze in artikel 16. Het is een rechtspersoon op basis van vrijwillige en open deelname, daadwerkelijk gecontroleerd door leden die natuurlijke personen, lokale overheden — gemeenten inbegrepen — of kleine ondernemingen zijn. Haar primaire doel is ook hier ecologisch, economisch of sociaal voordeel in plaats van winst (EUR-Lex).

Twee grote verschillen met de HEG:

  • de BEG is technologieneutraal. Ze mag uit hernieuwbare bronnen produceren, maar niets verplicht haar daartoe;
  • in ruil is ze beperkt tot elektriciteit. Geen warmte, geen gas.

Haar activiteitenveld is wél ruimer: productie, distributie, levering, verbruik, aggregatie, opslag, energie-efficiëntiediensten en laaddiensten voor elektrische voertuigen.

Wat HEG en BEG echt scheidt

  Hernieuwbare-energiegemeenschap Burgerenergiegemeenschap
Richtlijn RED II — (EU) 2018/2001 Interne markt — (EU) 2019/944
Drager Hernieuwbare energie, warmte inbegrepen Alleen elektriciteit
Technologie Hernieuwbaar verplicht Neutraal
Nabijheid Vereist Niet vereist
Daadwerkelijke zeggenschap Natuurlijke personen, kmo’s, lokale overheden Natuurlijke personen, kleine ondernemingen, lokale overheden
Grote bedrijven Beperkte deelname Deelname mogelijk, zonder zeggenschap

Onthoud dit: nabijheid en het hernieuwbare karakter zijn de prijs voor het ruimere bereik van de HEG (warmte inbegrepen). Omgekeerd ruilt de BEG geografische en technologische openheid in voor een beperking tot elektriciteit.

Wat beide vormen gemeen hebben

Op drie punten lopen de richtlijnen samen, en die drie punten definiëren een energiegemeenschap tegenover een gewone leverancier:

  1. Een rechtspersoon. Een energiegemeenschap is geen afspraak tussen buren, maar een opgerichte juridische entiteit.
  2. Daadwerkelijke zeggenschap van de leden. De beslissingsmacht mag niet afglijden naar een dominante energiespeler. Dat is de anti-kaping-waarborg van de regeling.
  3. Een primair niet-financieel doel. De beoogde voordelen zijn ecologisch, economisch of sociaal, voor de leden of voor het gebied.

Bij de omzetting valt de beslissing

Een richtlijn legt een resultaat op, geen rechtstreeks toepasbare regel. Elke lidstaat kiest de rechtsvormen, de vermogensdrempels, de vergunningsprocedures en de tariefbehandeling. Op dat niveau worden de verschillen structureel.

België — drie gewestelijke kaders

Energie is een gewestelijke bevoegdheid. Wallonië, Brussel en Vlaanderen passen elk hun eigen decreet of ordonnantie toe, met een eigen regulator — CWaPE, BRUGEL, VREG — en eigen families van verdeelsleutels. Een Brusselse en een Waalse gemeenschap volgen niet dezelfde regels, ook al vloeien beide voort uit dezelfde richtlijnen.

De details van de drie kaders, de statuten CER, CEC en CEL en de rol van de netbeheerder behandelt ons referentieartikel: “Energiegemeenschappen in België: CER, CEC, CEL”.

Frankrijk — collectief zelfverbruik als toegangspoort

Frankrijk heeft beide vormen in de Code de l’énergie opgenomen, maar het grootste deel van de activiteit loopt via het regime van collectief zelfverbruik (autoconsommation collective), in het bijzonder de uitgebreide variant. Het structurerende criterium is daar kilometrisch en bij besluit vastgelegd: de afstand tussen de twee verst van elkaar verwijderde deelnemers mag niet meer dan 2 km bedragen, en allen moeten aangesloten zijn op het laagspanningsnet van dezelfde distributienetbeheerder. In dunbevolkt gebied blijft een uitbreiding tot 20 km mogelijk via een ministeriële afwijking (Légifrance — besluit van 21 november 2019, artikel 1).

Datzelfde besluit, gewijzigd door het besluit van 21 februari 2025, trok het plafond voor gecumuleerd vermogen op van 3 naar 5 MW op het continentale vasteland — 0,5 MW in de niet-verbonden gebieden.

De uitrol valt rechtstreeks bij de bron te volgen: Enedis publiceert als open data het aantal actieve operaties, hun productievermogen en het aantal deelnemende producenten en verbruikers, elk kwartaal bijgewerkt (Enedis Open Data).

Nederland — de Energiewet en het rechtstreeks delen

In Nederland is het kader het meest recent verschoven. De Energiewet is op 1 januari 2026 in werking getreden en verving de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Ze definieert de energiegemeenschap en maakt het rechtstreeks delen van energie tussen leden juridisch mogelijk (wetten.overheid.nl).

De contractuele constructie die daaruit volgt lijkt sterk op de Belgische. Toezichthouder ACM wijst erop dat een deelnemer meerdere contracten nodig heeft: een contract voor het energiedelen, een leveringscontract voor de momenten waarop de gedeelde energie niet volstaat, en een teruglevercontract voor opgewekte maar niet verbruikte elektriciteit. Voor het bestuur is één punt cruciaal: de ACM houdt toezicht op de tarieven van de leverancier voor levering en teruglevering, maar niet op de prijzen die in het deelcontract zijn afgesproken (ACM).

De economische hefboom blijft de SCE (Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking), die in 2021 de vroegere postcoderoosregeling verving en een exploitatiesubsidie per kWh uitkeert over een gewaarborgde looptijd van 15 jaar, verankerd in een nabijheidslogica op basis van postcodes (RVO).

Het contrast is leerrijk: waar Frankrijk een perimeter in kilometers vastlegt en België een gewestelijk bepaalde deelzone, redeneert de Nederlandse steunregeling in postcodegebieden. Drie nationale vertalingen van één Europees woord — nabijheid.

Wat dit betekent voor een gemeenschapsbeheerder

Het Europese kader bepaalt wat u mág doen. Het nationale kader bepaalt hoe u het moet bewijzen. Concreet drie operationele gevolgen:

Precies dat beheert OptimCE: leden, meters, verdeelsleutels en regelgevende rapportering, op een architectuur die gebouwd is voor nationale kaders die uiteenlopen.

FAQ

Wat is het verschil tussen een hernieuwbare-energiegemeenschap en een burgerenergiegemeenschap?

Een hernieuwbare-energiegemeenschap (HEG) komt uit de richtlijn RED II: ze betreft uitsluitend hernieuwbare energie en haar leden moeten zich in de nabijheid van de productie-installaties bevinden. Een burgerenergiegemeenschap (BEG) komt uit de elektriciteitsmarktrichtlijn: ze is technologieneutraal, betreft alleen elektriciteit en kent geen geografisch nabijheidsvereiste. In beide gevallen moet de daadwerkelijke zeggenschap bij natuurlijke personen, lokale overheden of kleine ondernemingen blijven.

Welke Europese richtlijnen regelen energiegemeenschappen?

Twee teksten. Richtlijn (EU) 2018/2001, bekend als RED II, definieert de hernieuwbare-energiegemeenschap in artikel 2 en legt de verplichtingen van de lidstaten vast in artikel 22. Richtlijn (EU) 2019/944 over de interne elektriciteitsmarkt definieert de burgerenergiegemeenschap in artikel 2 en kadert ze in artikel 16. Beide moeten in nationaal recht worden omgezet — vandaar de grote verschillen tussen landen.

Mag een groot bedrijf deelnemen aan een energiegemeenschap?

Deelnemen mag, controleren niet. Beide richtlijnen eisen dat de daadwerkelijke zeggenschap bij natuurlijke personen, lokale overheden — gemeenten inbegrepen — of kleine ondernemingen blijft. Bij een hernieuwbare-energiegemeenschap mag de deelname van een privéonderneming bovendien niet haar voornaamste commerciële of beroepsactiviteit vormen. Zo wordt vermeden dat een dominante energiespeler het bestuur overneemt.

Geldt het nabijheidsvereiste overal in Europa?

Nee. Het vloeit voort uit de RED II-definitie van de hernieuwbare-energiegemeenschap en geldt dus alleen voor die vorm. De concrete invulling wordt aan de lidstaten overgelaten en de verschillen zijn aanzienlijk: Frankrijk legt voor collectief zelfverbruik een perimeter in kilometers vast, België een per gewest bepaalde deelzone, en de Nederlandse steunregeling redeneert in postcodegebieden. Een burgerenergiegemeenschap kent geen enkele nabijheidsbeperking.

Waarom verschillen de regels zo sterk per land?

Omdat een richtlijn een resultaat oplegt, geen rechtstreeks toepasbare regel. Elke lidstaat kiest zelf de rechtsvorm, de drempels, de vergunningsprocedures en de tariefbehandeling. In België is energie bovendien een gewestelijke bevoegdheid, waardoor Wallonië, Brussel en Vlaanderen drie verschillende kaders binnen één land hanteren.

Aan de slag

Het Europese kader legt het principe vast; de concrete beslissingen vallen op nationaal en gewestelijk niveau.

Energiegemeenschappen in België: CER, CEC, CEL

De drie Belgische statuten, energiedelen, en de rol van de regulator en de netbeheerder.

Energiegemeenschap oprichten in Wallonië

Van de keuze van het model tot de opstart van het delen met uw netbeheerder.

Beheer uw energiegemeenschap met OptimCE

Leden, meters, verdeelsleutels en regelgevende rapportering: OptimCE is een opensource-platform gebouwd voor nationale kaders die uiteenlopen. Doorblader de open deelacties of richt uw eigen gemeenschap op.

Open de OptimCE-app Lees de gebruikersgids

Bronnen